** De stichting stelt zich niet verantwoordelijk voor onjuiste informatie of onwetendheid in artikelen/teksten die openbaar zijn (o.a. Wikipedia) en zonder goedkeuring zijn gepubliceerd **

Geschiedenis blijft zicht herschrijven door voortschrijdend inzicht; een onvoltooid verleden tijd.

Onderstaande informatie is leidend.

Laatste wijziging: oktober 2019

Het Kerkje is sinds 1967 op de Rijksmonumentenlijst geplaatst.

 

De eerste steen van Het Kerkje werd gelegd op 12 juli 1812 en ruim een jaar later op 22 augustus 1813 plechtig ingewijd.

 

HET KERKJE IS EEN NAPOLEONSKERK OF LODEWIJKKERK.

In Nederland was dit doorgaans een protestants kerkgebouw van het soort dat in het begin van de 19e eeuw werd gebouwd rond de regeerperiode van koning Lodewijk Napoleon van het Koninkrijk Holland, een vazalstaat van het Eerste Franse Keizerrijk van diens oudere broer en keizer Napoleon Bonaparte

 

Geschiedenis

Direct na de afkondiging van de Vrede van Münster in 1648 werd in Budel de eerste Nederduitse Gereformeerde predikant aangesteld. Budel behoorde tot het generaliteitsland Staats-Brabant dat onderhorig was aan de Republiek der Verenigde Nederlanden. Daar was de Nederduitse Gereformeerde godsdienst de enige die openbaar toegestaan was. De katholieken moesten daarop hun kerk afstaan aan de protestanten en hun heil elders gaan zoeken. Dit speelde met name in de huidige provincie Noord-Brabant.

De hervormde gemeente Budel-Gastel was een van de grootste van het platteland van de Meierij van 's-Hertogenbosch. Het aantal lidmaten in de beginperiode van 1648 bedroeg 54 en op 1 januari 1720 telde de gemeente 125 lidmaten. Na de komst van de Fransen in 1794-1795 kwam er een einde aan de bevoorrechte positie van de hervormden en werden alle godsdiensten voor de wet gelijk. De Staatsregeling van 1798 bepaalde dat kerkgebouwen zouden toevallen aan de kerkgenootschappen met de meeste leden. Ondank pogingen door de hervormden om het kerkgebouw te behouden, moesten zij dit afstaan aan de katholieken. Op 6 januari 1799 werd voor het laatst in Budel (Buijl toendertijd) de hervormde eredienst uitgevoerd.

Aangezien de protestanten hierdoor in een aantal plaatsen zonder kerkgebouw zaten, kregen ze een financiële bijdrage voor de bouw in de voor hen geschikte kerken. Met name koning Lodewijk Napoleon (1806 - 1810), de jongere broer van Napoleon Bonaparte (keizer 1804 - 1814/15), toonde zich hierin genereus om in 1809 de hervormde gemeente Budel-Soerendonk-Gastel 6.000 gulden te schenken voor de bouw van een kerk in Budel). Vandaar de naam Lodewijkkerk. Het bedrag werd uiteindelijk in 1812 ontvangen.

Op 12 juli 1812 werd de eerste steen gelegd door jonkheer Floris Adriaan van Brakell tot den Brakell, heer van Vredestein. Het kerkgebouw werd op 22 augustus 1813 ingewijd. Bij de bouw van deze kerk werd gebruik gemaakt van afbraakmateriaal van de Franciscanessenkerk te Achel. Tussen 1817 en 1831 varieerde de zielen tussen 111 en 67. Aangezien Budel in 1830 een grensplaats werd, kwamen er veel douanebeambten en Marechaussees in Budel wonen, waarvan een aanzienlijk deel protestants was. Deze beambten verdwenen met het openstellen der grenzen, waardoor ook het aantal protestanten terugliep. De Budelse protestanten gingen daarop voortaan in de Bethelkerk te Weert ter kerke. Ter herinnering aan de protestanten uit Weert die te kerke gingen is daartoe in 1952 een grensmonument geplaatst tussen Weert en Budel. De weg heet: 'Geuzendijk', vernoemd naar de protestanten. Het monument had veel te leiden van weersinvloeden en daarom is er een betonnen replica geplaatst. Het origineel staat in het winkelcentrum ‘Muntpassage’ in Weert.

Het gebouw deed vervolgens dienst als Luthers kerkgebouw, dit ten behoeve van de Duitse militairen die gelegerd waren in de nabijgelegen Nassau-Dietzkazerne. In 1996 kwam er een einde aan hun aanwezigheid. Na het vertrek van de Duitse militairen is in september 2002 de kerk overgenomen en in het bezit van 'Stichting Behoud en Beheer Hervormde Kerk Budel'. Vaste gebruikers zijn de werkgroep protestantse kerken Budel/Weert en een tweetal koren voor hun wekelijkse repetities.

In 2012 hebben de protestantse gemeenten van Weert en Budel het tweehonderdjarig bestaan van Het Kerkje en het honderdjarig bestaan van de Bethelkerk gevierd. Naar aanleiding van dit dubbele jubileum is het boek 'Twee Heilige Huisjes' uitgegeven.

Gebouw

Sinds 5 mei 1967 als rijksmonument ingeschreven in het monumentenregister onder nr. 11269.

Het is een eenvoudig, driezijdig gesloten bakstenen gebouw met een klein torentje/pinakel op het dak, heeft een bakstenen pilaster gevel met vlechtingen en spitsbogige blindnissen. Het zadeldak is gedekt met leien. De windvaan is een gouden engel met bazuin. De toegangsdeur is met een natuurstenen ornament omlijst en voorzien van geblokte pilaster en lijst. De spitsboogramen hebben een houten roedenverdeling. De architect is tot nu toe onbekend gebleven.

In 1863 werd een luidklok gekocht, die bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan voor het eerst werd gebruikt. De klok is van de Amsterdamse klokkengieter Cyprianus Crans Jansz uit 1751 en heeft een diameter van 41 cm. In 1881 is de torenspits door een hevige storm eraf gewaaid en in datzelfde jaar weer hersteld.

Links van de toegangsdeur zijn NAP-peilmerken (Normaal Amsterdams Peil) aangebracht. Citaat Rijkswaterstaat: "De bronzen plaat met gleuf is een peilmerk en geplaatst in 1879 met een toen gemeten hoogte van +33,476 boven NAP. Dit merk wordt al een tijdje niet meer gebruikt, omdat er met een modern digitaal waterpas instrument, dit punt niet meer kan worden gemeten. Beide punten werden en worden nog steeds in hoogte bepaald door middel van waterpassen. Iets meer dan een 1 meter onder de bronzen plaat is een ander NAP peilmerk aangebracht. Een ronde bout geplaatst in 1988 met een hoogte van +32,432m boven NAP, gemeten in 2012."

Het Kerkje heeft de laatste jaren een aantal interne aanpassingen en incidenteel herstel ondergaan zoals plaatsing van toilet en keuken, het vervangen van ramen, plaatsen van ruiten van antiek glas en schilderwerk. Evenwel dient zich hopelijk in 2021, indien Het Kerkje behouden wil blijven, een aanzienlijke restauratie aan. De tweejaarlijkse inspecties door Monumentenwacht Noord-Brabant tonen aan dat het noodzakelijk is om Het Kerkje grootschaliger te restaureren. Het meest in het oog springend is het torentje, maar ook het leien dak, de spanten en het voegwerk van de muren dienen aangepakt te worden.

Interieur en orgel

Van 1857 tot 1948 heeft er in de hervormde kerk een bijzonder orgel gestaan. Het was een klein kabinetorgel dat ongeveer in het jaar 1755 gebouwd is door de Amsterdamse orgelbouwer Christian Müller. In 1938 is het van de hand gedaan en vervangen door een harmonium. Het Müllerorgel is na een aantal omzwervingen in 2004-2005 nog gerestaureerd geplaatst in het koorruimte van de Grote kerk of Sint-Jacobskerk in Den Haag. De 17de-eeuwse eiken preekstoel/kansel met koperen lezenaar circa 1973 is van Claude Demeny te 's-Hertogenbosch. Er zijn koperen doopbekkenhouder met bekken en bij de restauratie in 1964 zijn er nieuwe houten kerkbanken geplaatst. Deze zijn momenteel vervangen door losse stoelen. Het Kerkje was in het bezit van een elektronisch Hammondorgel met maar liefst 378 pijpen, deze is verhuisd naar Den Haag en vervangen door een imposante huispijporgel van Van Vulpen. Het Van Vulpen-huispijporgel is een geschenk van het Máxima Medisch Centrum Veldhoven. Het uit de jaren '60 daterende orgel is afkomstig uit de kapel van het Diaconessenhuis in Eindhoven dat in de jaren '90 een fusie aanging met het Veldhovense Sint Joseph ziekenhuis.

 

M.m.v. Heemkundekring 'De Baronie van Cranendonck' en bronnen uit het jubileumboek 'Twee Heilige Huisjes'.